dinsdag 18 maart 2008

Zaterdag 15 maart

-RU ready for a long African Mass?-

Om kwart voor zes op de hoek van de straat van Kabwe High School aangekomen. Normaal gezien kunnen we daar altijd een taxi nemen, maar deze keer hebben we toch een eindje moeten wandelen voor er eentje "tutte". Het was dan ook nog erg vroeg. Juist de wissel ook tussen de nacht- en dagdrivers. Toch zijn we een paar minuutjes na 6 aangekomen aan het postgebouw waar we hadden afgesproken. Best stipt voor Zambia te zijn!

Maciek stond al klaar te wachten met zijn auto (kruising tussen een 4x4 en een laadbakauto). Ik sprong achterop de laadbak in. Maciek zocht achter zijn zetel naar een groot plastiek. De hemel zag bijna zo donker als een afrikaantje. En we gingen recht heen die wolkenmassa rijden. Achter in de laadbak een positie gezocht waarbij het minste metalen uitsteeksels tegen mij duwden. Het was echt leuk om in de bak te zitten terwijl de wagen door de straatjes en wegeltjes reed met een betrekkelijk hoge snelheid. Ik volgde de weg verstopt achter opstuifend zand dat werd opgeschrikt door de banden van de truck. En ik zag een aantal mensen langs de straten wandelen die net als wij al vroeg uit de veren waren.

Op het moment dat ik een mooie boom voorbij zag komen en ik bedacht welke het eigenlijk zou zijn (mijn planten en dierenkennis hier laat me vaak in de steek, de fauna en flora hier is natuurlijk erg anders. In mijn lessen biologie word ik daar ook mee geconfronteerd. De leerlingen stellen me vragen over lokale planten waarvan ik het bestaan niet eens wist..) voelde ik een stroompje water via mijn been omhoog kruipen. De zwarte vloerbedekking van de laadbak lag niet echt effen en dat gaf het water, dat nog in de laadbak lag van een vorige regenbui, de kans om persoonlijk kennis te maken met mijn broek... Toen het ook nu een beetje begon te druppelen hebben Lara, Evelien en ik ons verscholen onder het zwarte zeil.

Maar echt veel regenen heeft het niet gedaan. En al gauw sliepen mijn benen en tintelde mijn rug op de plaats waar de metalen bar zat. Van houding veranderen hielp niet meer want de weg was zo bobbelig dat ik elke keer weer een andere richting uitgezwierd werd. (Zo moet sla in een zwierder zich dus voelen! Fris en nat, misschien met hier en daar een beetje zand (al zou dat in deze fase van het slakuisen niet meer mogen), op elkaar gepakt, omringd door plastiek en dooreengezwierd.. zolang het een slaatje met geitekaas, honing en appeltjes wordt zoals mama het zo lekker maakt, vind ik het allemaal totaal niet erg even een groen blaadje te zijn!

De enige oplossing om mezelf te bevrijden uit deze ongemakkelijke positie was rechtstaan. Hoog en nu ook droog, met mijn haar in de wind en neus in de zon! Toen ik Father Maciek net leerde kennen en hij vertelde over de trip naar de bush die we eventueel konden doen, stelde ik me dit moment voor. Nu het er is, kan ik alleen maar glimlachen. Hutjes, mensen, maisvelden, riviertjes, kippen en hier en daar een hond, vlogen aan me voorbij. Ik merkte dat het achterste stuk van mijn (voormalig) witte broek er door de combinatie van zwarte vloerbedekking en regen uitzag als de poep van een zebra uit het reservaat in Livingstone. Ik nam mezelf voor deze keer niet meer te trachten het zwart eruit te wassen (uiteindelijk heb ik het toch nog geprobeerd.. tevergeefs!). Heb mijn trui rond mijn middel gebonden en het probleem was ook opgelost :)

Na anderhalf uur in de gemoteriseerde opbergruimte kwamen we toe in wat Maciek 'the bush' noemde. Naar mijn gedacht staat bush toch niet gelijk aan zoveel luxe! Hij woont er mooier dan wij in ons huisje in Kabwe. Hij leeft er samen met Father Gregory (die hier al 12 jaar priester is) en Monica (een theologe). Ontbijt met een erg gelovig gezelfschap dus. Ik voelde me er wel op mijn gemak en genoot van de koffie met toast en ziz-kaas. Father Gregory was een paar jaar geleden in Belgie en deed alsof hij veel van ons landje wist. Toen hij uiteindelijk zei dat Gent aan de zee lag had ik toch mijn bedenkingen...

Dan opnieuw in de truck voor nog een eindje rijden naar het dorpje waar de mis plaats zou vinden. Dit keer was ik naast Maciek vooraan in de auto gekropen. Hij is zo erg nieuwsgierig. Hij wou dat ik bij hem ging biechten... Hij wou wel eens weten welke zonden ik allemaal op mijn kerfstok heb! Ik ging akkoord, maar zou mijn (eventuele ;)) zonden in het Vlaams openbaren. Maar helaas voor hem was dat niet goed genoeg!

In het dorpje werden we erg hartelijk begroet. Molichanie, Bueno, Mwashibukeni, Eyamukwayi.. het basis Bemba dat ik ken (echt basis basis!) kwam nu wel van pas. De grote glimlach op de gezichten van de mensen als ik in het Bemba spreek was daar getuige van. Na de begroeting was er een onwennig moment. Wij, de muzungumeisjes stonden langs de ene kant terwijl de plaatselijke bevolking aan de andere zijde stonden. De meesten met hun rug tegen het kerkje. We keken elkaar aan. Probeerden elkaar te vatten en af te tasten wat er verder stond te gebeuren. Om de onwennigheid wat te verminderen hebben we ons allevier gekeerd naar de vlechtjes van Yasmien en er wat verder aan gewerkt (we hebben ze ook geteld, het zijn er 72!). Ondertussen had Father Maciek zijn priesterkostuum aangetrokken en ging ieder een voor een gaan biechten in een nog kleiner lemen hutje. Toen alle zonden verteld waren kon de mis beginnen. We gingen allemaal binnen in het donkere kerkje met strodak. Er waren bankjes die uit de vloer kwamen. Zoals wanneer je boetseert, je de armpjes en beentjes van het peetje uit het lichaam laat komen en ze er niet opplakt (als je dit wel doet vallen ze er gegarandeerd vanaf). Het was indrukwekkend. Er werd veel gezongen en zelfs gedanst in de mis. Het was zo levendig, dat kan je je in Belgie niet voorstellen. Ik heb gelachen en genoten van de opgewekte sfeer die er heerst. Hier had ik niet het beangstigende en beklemmende gevoel dat ik in een kerk in Belgie wel heb. Integendeel, hier nodigde het echt uit om mee te doen en je over te geven aan het gemeenschapsgevoel. Soms stonden we recht, en dan werd er vaak gedanst, soms zaten we op de 'bankjes' en soms dan weer moesten we voor de bankjes neerknielen. Father Maciek gaf de mis in het Bemba, dus ik verstond er niets van. Maar dat gaf niet, de sfeer zei al zoveel.

Na de lange mis, was er nog een processie rond de kerk. Ter ere van Sint-Patricksday. We liepen met z'n allen drie toertjes, al zingend en dansend. Dan zou je denken dat die toertjes niet lang duurden, de omvang van het kleine kerkje in rekening genomen. Maar het tempo lag zo laag. Voetje voor voetje schoven we vooruit. Ik was toch wel blij toen we uiteindelijk door het dorpshoofd naar het hutje werden geroepen waar eerder de biecht plaats vond. Het was al lunchtijd en de nschima met kip en kool stond al dampend op onze hongerige maagjes te wachten. Ik zat tussen Elke en Maciek op een heel wiebelig bankje. De kan met water en het stukje zeep werden doorgegeven. Ik was opgelucht dat we eerst onze handen konden wassen voor het eten. Op het einde van de mis had het hele dorp ons persoonlijk de hand komen schudden. Jong en oud, verlegen of opgelaten.. ik heb ze allemaal enthousiast de hand geschud.

Voor hun waren we de 5 sisters. En velen maakten een bescheiden knikje door de knieen toen ze een hand gaven. Nog anderen legden even hun vrije hand op hun borst, als teken van respect en vertrouwen.

Heel zuinig met het opgewarmde water, wasten we allemaal onze handen. Father mocht natuurlijk als eerste.. Dan konden we beginnen eten. Het was wel ok, echt lekker kun je het niet noemen. In de nschima zaten hier en daar nog klontertjes meel die niet goed doorgeroerd waren. En na een aantal happen moest ik me toch forceren om het kleffe boeltje door te slikken. Maciek kreeg als laatste de spiermaag van de kip. Hij at het op en keek me sluiks aan, met een veelbetekenende blik in zijn ogen. Het knisperde wanneer hij kauwde, maar hij gaf niet af. Het dorpshoofd geeft hem dat stuk van de kip als teken van respect. Wie de ingewanden opeet, krijgt als het ware de volledige kip. Ik heb veel bewondering voor hem dat hij erin slaagt het toch met blijk van smaak op te eten! Het deed me denken aan 'Now or Never', waar de uitdaging er ook vaak om draait iets heel vies op te eten.

Na het eten gingen we buiten tussen de mensen zitten. Onder een boompje in de schaduw. Al gauw kwam iedereen rond ons zitten en vroegen ze ons liedjes voor hun te zingen. Het plezier was groot! Ook zij zongen liedjes voor ons. Het was zo mooi, het kleuurijke gezelschap echte afrikaanse muziek te horen maken. Er was een jongen bijgekomen die op zijn djembee de maat van het gezang aangaf. Al gauw werden de stemmen vergezeld van traditionele dansen. De meisjes en vrouwen leerden ons pasjes aan en we vormden een cirkel rond de boom waar we eerst onder zaten. Ook van ons werd verwacht een dansje te tonen. Maar in Belgie hebben we niet echt een cultuur van zelf gezongen liedjes met bijhorende pasjes. We hebben dan maar de 'kabouterdans' en 'lief klein konijntje' gezongen. Massa's onnozel maar dit tot groot jolijt van onze nieuwe vrienden die gedreven meedansten.

Plots werden alle groundnuts, palmbladeren en suikkerriet (de geschenken van de bevolking aan onze priester) in de auto geladen. Het was tijd om afscheid te nemen. Iedereen ging in een grote groep staan en ze zongen en wuifden ons uit toen de auto de aardeweg afreed..

Gisteren kreeg ik nog een berichtje van de missionaris dat de mensen van het dorp naar ons vroegen. Voor de grap zeiden ze hem dat ze niet willen dat hij nog komt zonder dat wij erbij zijn. Ik veronderstel dat we dus in Zambia zullen moeten blijven! ;)

1 opmerking:

Sarie zei

Dag Mies,

het blijft oh zo leuk je verhalen te lezen.
Zo mooi dat jij het schrijft!
Ik kijk er altijd naar uit. en als er iets op het web staat, gaat het nieuws direct de ronde; Marie heeft weer iets geschreven!
En ieder haast zich naar de computer.
Laat ons niet in de steek en doe zo voort.
Zo heb(ben) ik(wij) een beetje het gevoel er bij te zijn. Op afstand ;-) weliswaar.

Liefs

Je mam